HOE LANG NOG?
Ingrid Betancourt leidde een mooi leven met haar man en jonge kinderen in Frankrijk. Maar haar vaderland Colombia was al 40 jaar verwikkeld in een burgeroorlog tussen de officiële regering en terreurorganisaties. Het was een verscheurd land geworden waar niemand meer opkeek van ontvoeringen, corruptie en drugsmaffia. Ingrid verliet haar veilige luxe leventje en keerde terug naar Colombia om de politiek in te gaan. Ze richtte de partij “Oxígeno” (zuurstof) op omdat ze de lucht in Colombia wilde zuiveren van corruptie en bedrog. Op straat deelde ze condooms en mondkapjes uit met de boodschap “als je op mij stemt, zal ik je beschermen”. Met haar politiek maakte Ingrid veel vrienden, maar ook vijanden. Ze is een aantal keer bedreigd, maar wist altijd te ontsnappen. Tot zondag 23 Februari 2002. Op die datum, inmiddels 1114 dagen geleden, werd Ingrid Betancourt door het FARC ontvoerd.
Een interview met Marjan Lodewijk van de Stichting Ingrid Betancourt Nederland.
Kunt u in het kort de situatie in Colombia uitleggen?
Hoe heeft het ooit zover kunnen komen?
In Colombia woedt een burgeroorlog tussen de officiële regering en verschillende rebellengroepen waaronder de ELN end het FARC. Op papier heeft de regering de macht, maar in de praktijk maken de rebellen de dienst uit. Deze groepen kopen wapens met drugsgeld en ontvoeren vaak mensen om hun zin te krijgen. Er worden zo vaak mensen ontvoerd dat de bevolking ontvoeringen als de normaalste zaak van de wereld ziet. Het is iets wat erbij hoort.
Wat is uw drijfveer om u in te zetten voor Ingrid Betancourt?
Ik werkte in december 2001 bij uitgeverij de Geus. Toen Ingrids boek 'Woede in het hart' over de corruptie in Colombia uitkwam, is zij een paar dagen in Nederland geweest. Ik heb toen veel met haar opgetrokken, en we zijn samen uit eten geweest. We praatten over van alles, ook over de situatie in Colombia, en ik had wel het gevoel dat het klikte. Ik heb haar toen gevraagd wat iedereen van haar wil weten: Waarom ben je dit gaan doen? Waarom ben je teruggekeerd naar Colombia? Ze antwoordde: “Als in Nederland in de Tweede Wereldoorlog geen verzet was geweest, dan hadden jullie hier niet gezeten. Iemand moet het doen”. Twee maanden later was ze ineens ontvoerd. Ik werd toen gebeld met het idee om een actiecomité op te zetten, en dat hebben we toen gedaan.
Kunt u vertellen wat uw stichting precies inhoudt?
Op 24 december 2004 zijn we een officiële stichting geworden. Ons hoofddoel is natuurlijk het vrij krijgen van Ingrid Betancourt en andere Colombiaanse ontvoerden. We proberen dit te bereiken door ervoor te zorgen dat zoveel mogelijk mensen weten van de toestand in Colombia. Door middel van acties brengen we Ingrid zoveel mogelijk onder de aandacht. Er zijn mensen die denken dat dit juist averechts werkt. Dat je door zoveel aandacht aan haar te schenken er juist voor zorgt dat het FARC beseft hoe belangrijk ze is, en zo de kans juist verkleint dat ze wordt vrijgelaten. Maar wij geloven dat het juist heel belangrijk is om de ontvoerden onder de aandacht te brengen.
Wat denkt u dat er moet gebeuren om de situatie in Colombia te verbeteren?
Er moet een eind komen aan de strijd tussen de regering en de rebellen. Hiervoor is het nodig dat ze de dialoog met elkaar aangaan. Ingrid deed dat. Maar tot nu toe weigert de regering, omdat zij in eigen woorden “niet wil onderhandelen met terroristen”. Een oplossing die vaak toegepast wordt om ontvoerden terug te krijgen, is deze ruilen tegen gevangengenomen FARC strijders. Er moet een andere oplossing komen, want op deze manier komt er nooit een einde aan.
Hoe groot schat u de kans dat Ingrid Betancourt nog leeft en dat ze vrijgelaten zal worden?
Ik schat de kans dat ze nog leeft vrij groot, want zolang het FARC haar levend bij zich houdt, is ze een hoge prijs waard. Ze is immers een presidentskandidate. Maar omdat ze zo’n hoge prijs waard is, zullen ze haar niet gauw vrijlaten.
Artikel van Leonie Hosselet in de Schoolkrant van het Nicolaaslyceum Amsterdam, februari 2005